1. Kemmelberg
De Kemmelberg is met zijn 154 m de hoogste top van Vlaanderen en wellicht de meest gekende 'berg' in de Westhoek en West-Vlaanderen. Diverse wandelpaden doorkruisen het hele domein en bieden je schitterende panorama’s over West- en Frans-Vlaanderen.
Je wandelt er op onverharde paden, langs bos, weilanden, boomgaarden en zelfs wijngaarden.
2. IJzertoren
De IJzertoren in Diksmuide is een van de belangrijkste monumenten in Vlaanderen. Het fungeert als een herdenkingsplaats voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, een symbool voor de Vlaamse ontvoogding en als het hoogste vredesmonument van Europa (84 meter hoog).
Oorsprong en Geschiedenis
Eerste Wereldoorlog: Tijdens de oorlog aan het IJzerfront ontstond er onvrede onder de Vlaamse soldaten, omdat de legerleiding voornamelijk Frans sprak en veel Vlaamse jongens de bevelen niet begrepen. Hieruit groeide de Frontbeweging.
De Eerste Toren (1930): Na de oorlog werd de eerste IJzertoren gebouwd als eerbetoon aan de gesneuvelde Vlaamse soldaten. Deze toren werd echter in 1946 in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog door onbekenden met dynamiet opgeblazen.
De Huidige Toren (1965): Op een paar meter van de ruïnes van de oude toren werd een nieuwe, nog grotere toren gebouwd. De restanten van de oude toren (de 'Paxpoort') zijn bewaard gebleven en maken deel uit van het domein.
Symboliek en Boodschap
AVV-VVK: Boven op de toren staan in kruisvorm de letters AVV-VVK, wat staat voor "Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus". Dit weerspiegelt de oorspronkelijke idealen van de Vlaamse Beweging.
Vredesboodschap: Op de toren staat de kreet "Nooit meer Oorlog" geschreven in de vier talen van de strijdende partijen uit de Eerste Wereldoorlog (Nederlands, Frans, Engels en Duits). Sinds 1999 is de toren officieel erkend als vredesmonument door de Verenigde Naties.
IJzerbedevaart: Jarenlang was de toren het middelpunt van de jaarlijkse IJzerbedevaart, een bijeenkomst om de Vlaamse gesneuvelden te herdenken, vrede te bepleiten en politieke eisen voor Vlaanderen te stellen.
Huidige Functie: Museum aan de IJzer
Tegenwoordig huisvest de toren het Museum aan de IJzer. Het museum telt 22 verdiepingen en richt zich op drie hoofdthema's:
De Eerste Wereldoorlog en de gruwel aan het IJzerfront.
De Vlaamse ontvoogding (de strijd voor gelijke rechten voor Vlamingen binnen België).
Een universele boodschap van vrede, tolerantie en verdraagzaamheid.
Vanaf de top van de toren hebben bezoekers bovendien een uniek panoramisch uitzicht over de gehele frontstreek van de Westhoek.
3. Oostende
Oostende, parel aan de Noordzee. Deze badstad combineert de grandeur uit de belle époque met de artistieke flair van James Ensor en zijn vele opvolgers. Net zoals die artistieke pionier lieten kunstentriënnale Beaufort en straatkunstenfestival The Crystal Ship een onuitwisbare indruk na op de stad. Dat maakt Oostende vandaag tot een artistieke, hedendaagse en levendige stad, zij het zonder in te boeten aan identiteit. Het soms wat ruwe vissersleven blijft met de stad verbonden. Daar kan je de (zee)vruchten van plukken in de vele knusse of chique restaurants: garnalen, mosselen, zeetong…
4. Sint-Niklaaskerk
De Sint-Niklaaskerk bevindt zich in Oostduinkerke, een deelgemeente van Koksijde, en is een markant kerkgebouw dat een bewogen geschiedenis combineert met bijzondere architectuur.
De huidige kerk werd gebouwd tussen 1952 en 1956. Ze verving de oorspronkelijke middeleeuwse visserskerk die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (mei 1940) door een brandbom volledig werd verwoest. De restanten van die oude kerk liggen op de plek waar nu het NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum staat.
Het gebouw is ontworpen door de Brusselse architect Jean Gilson. Hoewel de kerk relatief modern is, grijpt het ontwerp terug naar de 'kustgotiek' met veelvuldig gebruik van gele baksteen en spitsbogen. De 38 meter hoge westertoren staat los van het eigenlijke kerkgebouw, maar is ermee verbonden via een open kloostergang. Dit creëert een open binnenplein of atrium tussen de toren en de kerk. Het meest in het oog springende detail van de kerk is het gigantische Christusbeeld dat aan de toren is bevestigd. Dit 13,5 meter hoge beeld, ontworpen door de Tsjechische kunstenaar Arnost Gause, weegt maar liefst vier ton en is het grootste gegoten terracottabeeld ter wereld.
5. Simliduinen
Deze duinen in Nieuwpoort zijn vrij jonge duinen met een heel reliëfrijk landschap. Ze zijn ongeveer 30 hectare groot en maken deel uit van een voormalige duinengordel die zich tussen De Panne en Nieuwpoort uitstrekte. Wandel door het begrazingsblok of klim naar het centraal uitkijkplatform van De Simliduinen en geniet van het uitzicht. Aan de kant van de woonwijk is een struinzone, waar de bezoeker vrij mag rondlopen zodat die de natuur nóg beter kan beleven.
Beschermde duinnatuur
Hier is de duinnatuur heel gevarieerd: open zones met onbegroeide zandplekken, droge duingraslanden, mosduinen, duinpannes, afwisselend met gesloten duinstruweel en duinbos. De vochtige duinpannes herbergen zeldzame soorten als parnassia en moeraswespenorchis. De mosduinen en onbegroeide plekken in het gebied zijn betekenisvol voor planten als de kegelsilene en de walstrobremraap en voor ongewervelden zoals de harkwesp en de kleine parelmoervlinder.
Waardevolle poelen
De poelen die in het gebied verspreid zijn, bieden uitbreidingsmogelijkheden voor onder andere de rugstreeppad, een bedreigde amfibiesoort en doelsoort van de Europese habitatrichtlijn. De zachthellende oevers zorgen voor een optimale biotoop voor de ontwikkeling van water- en oeverplanten.
Pony's houden de duinen open
In het natuurdomein grazen pony's. Die helpen bij het beheer en vervullen een belangrijke rol in het ecosysteem. De kudde voorkomt overwoekering van de waardevolle duingraslanden en vochtige duinpannen door planten als helmgras en verscheidene andere gras- en struiksoorten in toom te houden.
Grensoverschrijdend natuurgebied
De Simliduinen zijn onderdeel van een grensoverschrijdend beschermd natuurgebied “Westkust-Dunes de Flandre”, tussen het Franse Duinkerke en het Belgische Westende. Dit beschermd natuurgebied maakt deel uit van het Europees Natura 2000-netwerk.
6. Hannecartbos
Het Hannecartbos is vanuit geomorfologisch en historisch perspectief een bijzondere locatie. Het gaat om een vlak terrein gelegen tussen de jonge duinen van Ter Yde en de
middeleeuwse duinen van Monobloc. De depressie was vermoedelijk een geul in het
IJzerestuarium die van de zee werd afgesnoerd. De bodem bestaat voornamelijk uit
slibhoudend zand met een hoog gehalte aan organisch materiaal, wat erop wijst dat dit een zeer nat gebied was. De omgeving lag in de invloedssfeer van de abdij Ter Duinen en kende tot kort voor WOII een gebruik als grasland op de natste plaatsen en als akkerland op de wat drogere zones. Tussen 1925 en 1955 werden deze landbouwkundig marginale bodems ten behoeve van de jacht bebost met Witte en Zwarte els.
7. Ter Yde
Ter Yde is de verzamelnaam voor een uitgestrekt duinencomplex van 260 hectare langs de Vlaamse Kust. Verschillende wandelpaden doorkruisen deze natuurparel met een grote variatie aan duintypes. De ecologische waarde van Ter Yde is dan ook enorm. In het open duinlandschap is de graspieper een typische broedvogel.
Wie alle typische duinvegetaties aan de Vlaamse Kust wil ontdekken, moet in Ter Yde zijn. De variatie is bijna onuitputtelijk: mosduinen, open graslanden, duinpannen, stuivende duinen, duinbos, noem maar op. Op het strand van de piepjonge Zeebermduinen groeit biestarwegras en zeeraket en in de achterliggende zeereep en in andere duinen vind je helm, zeewolfsmelk en duinviooltje.
Ter Yde en de Oostvoorduinen zijn een van de laatste plaatsen in Vlaanderen waar planten als aarddistel, kalkbedstro en liggend bergvlas groeien. De plantengroei van de jonge vochtige duinpannen in Ter Yde, met parnassia, moeraswespenorchis en honingorchis, behoren tot de best ontwikkelde van de Vlaamse Kust.
In het open duinlandschap zijn graspieper en kuifleeuwerik de meest typische broedvogels, terwijl het duinbos ook de favoriete biotoop is van de wielewaal, groene specht, boomvalk en van een flinke kolonie blauwe reigers. De nachtegaal, zomertortel en roodborsttapuit verkiezen een nest in de duinen. Tijdens het winterhalfjaar strijken er grote groepen kramsvogels en koperwieken neer, op zoek naar bessen. In de winter krijgt het gebied ook bezoek van houtsnippen en sijsjes. Het hele jaar door vertoeven er roofvogels zoals sperwer en buizerd. In de vochtige duinpannen komt de rugstreeppad voor.
Al in de vroege middeleeuwen vormde zich een smalle duingordel langs de zuidelijke oever van de toenmalige IJzermonding. 'Yde' betekent schuilhaven en verwijst naar een bescheiden vissersnederzetting die halfweg de 13de eeuw ontstond aan de toenmalige getijdengeul 'het Vloedgat'.
8. Doornpanne – Hoge Blekker
De Doornpanne en de Hoge Blekker vormen samen met de Schipgatduinen een aaneengesloten duinmassief van 240 hectare. In een niet al te ver verleden sloten daar nog eens de Witte Burg en de Noordduinen op aan.
Doorheen de duinen lopen verschillende wandelcircuits, een fietsroute, een mountainbikeroute en een natuurleerpad. Het bezoekerscentrum 'De Doornpanne' is het onthaalpunt voor bezoekers. Er vertrekken regelmatig geleide wandelingen door de duinen en er worden wisseltentoonstellingen georganiseerd.
Het gebied omvat uiteenlopende duintypes. Het randgebied van de Doornpanne (157 hectare) bestaat uit stuifduinen. De kern van het duinencomplex bestaat uit een brede depressie of panne, waarvan de begroeiing een mozaïek vormt van bos, dichte struikvegetatie met onder andere duindoorn, meidoorn, sleedoorn (vandaar de naamgeving van De Doornpanne) en open duinvegetatie (mosduin en duingrasland).
Errond situeert zich een gordel van stuifduinen met onder andere de hoogste duintop van de Vlaamse kust (de Hoge Blekker - 33 meter).
De Doornpanne vormt sinds 1975 een beschermd landschap en werd dan ook opgenomen in de lijst van natuurgebieden met een Europese bescherming (Natura 2000-netwerk).
Eén van de factoren die het gebied van verkaveling bespaarde, is de aanwezigheid van Aquaduin die sedert 1947 een waterwinning exploiteert in het gebied. Deze activiteit heeft in het verleden een duidelijke impact op de waterhuishouding gehad. Sedert 2002 wordt een duurzame waterwinning gerealiseerd waardoor de grondwaterwinning kon afgebouwd worden.
Met het natuurbeheer wordt gestreefd naar een meer open en vochtiger duinmilieu. Shetlandpony's en ezels worden hiervoor als grote grazers het jaar rond ingezet. Door hun graasgedrag zorgen ze voor een meer open landschap met veel structuur. Kort gegraasde plekjes met daartussen hoger opgaand gras en ruigtes, kronkelende looppaadjes en stuifkuilen wisselen elkaar af. Veel dieren zoals vogels, insecten, spinnen en planten profiteren van deze structuurrijke vegetatie. In gedeeltes waar de grazers niet ingezet worden, wordt gekozen voor plaatselijk maaibeheer waarbij het maaisel afgevoerd wordt. Hierdoor wordt de bodem armer en neemt de biodiversiteit toe.
In de duingraslanden vind je zeldzame planten als grote tijm, geel zonneroosje, walstrobremraap en kalkbedstro. In de vochtige graslanden rond het infiltratiepand bloeien orchideeën. In en rond de struwelen en bosjes vinden veel zangvogels hun geschikte plek. Je hoort er nachtegaal, sprinkhaanrietzanger en fitis. Insecten zoals het heggeranklieveheersbeestje, de mierenleeuw en de blauwvleugelsprinkhaan behoren tot de zeldzame insecten van het gebied.
Met 33 meter boven de zeespiegel is de Hoge Blekker, het duin dat zijn naam gaf aan het domein, niet alleen de hoogste duin(rug) aan onze Vlaamse kust, maar ook een fraai natuurgebied, dat circa 18 hectare groot is. Blekker of Blinkaart is de volkse benaming voor een onbegroeide duinheuvel die het zonlicht weerkaatst (blekken of blinken). Het was een vast baken voor de zeelui die van ver al zijn witte kruin zagen blinken ('blekken' in het plaatselijke dialect). Aan de oorsprong van de Hoge Blekker en het aansluitend duinmassief liggen paraboolduinen die zich tussen de 16de en de 19de eeuw vormden. Typisch voor deze duinen is de hoefijzervorm waarvan de armen de overheersende windrichting aangeven.
De hoge paraboolduinen worden van elkaar gescheiden door laaggelegen pannen. Veel van die pannen werden omstreeks het midden van de 19de eeuw in cultuur gebracht. Op de duinakkertjes verbouwden de bewoners kleinschalig onder andere rogge, haver en aardappelen. Voor het bemesten van de schrale zandbodem gebruikten ze “zeevette”, een mengsel van visafval en beer (uitwerpselen). Om de akkertjes tegen “verzanding” te beschermen, werden de flanken van de duinen (volgens een dambordpatroon) met rijen takkenbussels vastgelegd.
Dit zogenaamd rijshout bestond oorspronkelijk uit gekapte duindoorn. Later werd vooral snoeihout van populier gebruikt. In de kamertjes tussen de rijshouthagen pootte men helmgras. Deze grassoort bezit namelijk het vermogen om bij overstuiving (via verticale uitlopers van zijn wortels) boven op het nieuw aangevoerde zand nieuwe pollen te ontwikkelen. Door dit proces wonnen veel duinen fors aan hoogte.
Nu heeft de Hoge Blekker het uitzicht van een stuifduin met schaars verspreide helmgraspollen. Her en der wisselen deze stuifduinplekken af met een struikenlaag van duindoorn, wilde liguster, gewone vlier en sleedoorn. In andere zones domineert een open begroeiing van helm en andere begeleidende soorten zoals duinzwenkgras.
9. Watertoren Moeder Lambik
In 1931 werd in Adinkerke (De Panne) de watertoren ‘Moeder Lambik’ gebouwd. Deze watertoren had een capaciteit van 600 kubieke meter en kwam om de waterwinning in Cabour uit te breiden en te moderniseren. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog vernielden de vijandelijke troepen Moeder Lambik bij hun terugtocht, om zo de watertoevoer van de geallieerde troepen af te snijden. Deze watertoren werd vijf jaar later, in 1949, herbouwd en staat nog steeds goed zichtbaar op de hoek van de Kerkstraat en de Duinhoekstraat, naast het pompstation in het waterwingebied‘De Westhoek’.
10. Koksijde – Oostduinkerke
Koksijde is een populaire badplaats aan de Belgische kust. Het is een veelzijdige bestemming die bekendstaat om zijn uitgestrekte natuur, rijke cultuur en erfgoed. De gemeente bestaat niet alleen uit Koksijde-Bad en Koksijde-Dorp, maar omvat ook de deelgemeenten Oostduinkerke, Sint-Idesbald en Wulpen. Koksijde heeft een prachtig en uitgestrekt duingebied. Hier bevindt zich de Hoge Blekker, die met 33 meter de hoogste duinrug van de hele Belgische kustlijn is.
In deelgemeente Oostduinkerke vind je een unieke traditie: de garnaalvissers te paard. Dit is de enige plek ter wereld waar nog op deze manier op garnalen wordt gevist, wat door UNESCO is erkend als immaterieel cultureel erfgoed.
Het Abdijmuseum Ten Duinen toont de indrukwekkende ruïnes van een middeleeuwse cisterciënzerabdij, die vroeger een belangrijke religieuze en economische rol speelde in de regio.
In Sint-Idesbald ligt het Museum Paul Delvaux, gewijd aan het leven en werk van de wereldberoemde Belgische surrealistische schilder.
Met een breed zandstrand, sfeervolle winkelstraten en talloze fiets- en wandelroutes is Koksijde een zeer geliefde vakantiebestemming voor zowel families als natuurliefhebbers.
11. Nieuwpoort-Bad
en
12. Nieuwpoort-Stad
Nieuwpoort is een kuststad aan de monding van de rivier de IJzer. Het is een veelzijdige bestemming die een rijke, bewogen geschiedenis combineert met moderne maritieme recreatie.
De stad bestaat grofweg uit twee delen: Nieuwpoort-Stad, het historische centrum landinwaarts, en Nieuwpoort-Bad, de toeristische badplaats aan zee. Ze zijn met elkaar verbonden door een wandel- en fietspromenade langs de havengeul.
Nieuwpoort speelde een cruciale rol in de Eerste Wereldoorlog. Bij het sluizencomplex De Ganzepoot werd in 1914 de IJzervlakte onder water gezet, wat de Duitse opmars een halt toeriep.
Nieuwpoort beschikt over een van de grootste jachthavens van Noord-Europa (Euro Marina). Het is een enorm knooppunt voor zeilers en watersporters, met duizenden ligplaatsen verdeeld over verschillende havens.
Als authentieke havenstad heeft Nieuwpoort een actieve vismijn. De stad staat dan ook lokaal bekend om haar uitstekende visrestaurants en de dagverse aanvoer van vis en Noordzeegarnalen.
13. Koning Albert I-monument
Het Koning Albert I monument werd opgericht in 1938 op initiatief en met steun van de oudstrijdersverenigingen van de Eerste Wereldoorlog. De IJzer speelde een grote rol tijdens de oorlog, vandaar dat dit monument op de boorden van deze stroom opgetrokken werd.
Het imposante gedenkteken is een ontwerp van Julien de Ridder. Het monument is cirkelvormig en heeft een diameter van 30 meter. Twintig zuilen van baksteen uit de IJzervallei dragen een ringbalk van 100 meter omtrek, boven een kruisvormig terras. Centraal staat het ruiterstandbeeld van koning Albert I. De beeldhouwer is Karel Aubroeck.
Boven op de ringbalk is een wandelgang met oriëntatietafels, die een prachtig uitzicht over de IJzervlakte biedt.
Het monument werd in 1973-1974 grondig gerestaureerd. Elke eerste zondag van augustus wordt hier de Nationale Hulde aan Z.M. Koning Albert I en de Helden van de IJzer gehouden.
Onder het Koning Albert I monument bevindt zich het interactief bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort. Westfront toont u het volledige verhaal van de onderwaterzetting van de poldervlakte, waardoor de Duitse invasie in oktober 1914 voor Nieuwpoort tot staan werd gebracht. Een verhaal over de kracht van het zeewater en het slim dirigeren van sluizen en sassen.
14. Schuddebeurze
De Schuddebeurze is een duingebied tussen Lombardsijde en de Vaart Plassendale-Nieuwpoort. Het is één van de weinige gebieden met oude kalkarme duinen waardoor we hier heel wat bijzondere planten zoals gaspeldoorn, wegdistel en onderaardse klaver aantreffen.
In deze volledig ontkalkte duinen kon zich nu zeldzame duinheide ontwikkelen ; het leefmilieu van typische soorten zoals struikheide, tandjesgras, kleine vuurvlinder. Hier en daar vind je enkele mooie kruipwilg- en gaspeldoornstruwelen, waar onder andere de nachtegaal broedt
Verderop waar het duinzand langer gefixeerd wordt door vooral zandzegge ontstaan kleurrijke schraalgraslandjes van onderaardse klaver, muizenoor, borstelgras, drienervige zegge. Hier vinden we enkele ongewervelden (uit de rode lijst) zoals argusvlinder en wonen nog konijnen.
Op de drogere delen komen mosduinen voor met buntgras, wegdistel, klein tasjeskruid, bruin blauwtje en verschillende korst- en bekermossen.
Waar de zoete grondwater aan de oppervlakte komt, ontstaat een natte duinvallei: er groeien kruipend moerasscherm en zelfs orchideeën. Hier en daar in het gebied zijn ook enkele duinpoelen, waar het vee kan drinken: je vindt er de zeldzame kamsalamander, fonteinkruid en vele libellen.
15. Middelkerke – Westende
Middelkerke maakt deel uit van de Belgische middenkust. De gemeente profileert zich nadrukkelijk als dé stripvriendelijke gemeente van Vlaanderen. Langs de zeedijk vind je tientallen bronzen standbeelden van bekende Belgische stripfiguren (zoals Nero, Jommeke, Suske en Wiske en Lucky Luke). Elk jaar in de zomer vormt de gemeente ook het decor voor een groot Stripfestival.
De grootste architecturale blikvanger van de gemeente is SILT. Dit opvallende, duurzaam ontworpen complex herbergt een casino, hotel, restaurant en evenementenzaal. Het gebouw is organisch geïntegreerd in een nagemaakt duinenlandschap dat de zeedijk naadloos met het strand verbindt.
Tot de gemeente behoort onder andere Westende, dat historisch gezien een iets mondainere uitstraling heeft en bekendstaat om de Rotonde (het voormalige Grand Hotel Bellevue). Landinwaarts liggen rustige polderdorpen zoals Leffinge en Schore, die erg populair zijn bij fietsers en wandelaars.
In vergelijking met sommige buurgemeenten heeft Middelkerke een heel open, brede zeedijk zonder overdreven dichte bebouwing op het strand zelf. De nadruk ligt hier sterk op familietoerisme, fietstoerisme door de achterliggende polders, en evenementen op en rond het strand.
16. Veurne
Veurne is een historische polderstad in de Westhoek. In tegenstelling tot de omliggende badplaatsen ligt Veurne een paar kilometer landinwaarts. De stad staat bekend om haar prachtige monumentale centrum en eeuwenoude tradities.
Het kloppende hart van de stad is de Grote Markt, die grotendeels gespaard bleef tijdens de wereldoorlogen. Het plein is omringd door indrukwekkende gebouwen in renaissancestijl, zoals het Stadhuis, het Landhuis en de imposante Sint-Walburgakerk.
De karakteristieke belforttoren van Veurne dateert uit de vroege 17e eeuw en staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het is een van de meest herkenbare elementen van de stadslijn.
Veurne is wereldwijd bekend om de historische Boetprocessie, die elke laatste zondag van juli door de straten trekt. Dit is een sobere, religieuze optocht die teruggaat tot 1644, waarin boetelingen in anonieme bruine pijpen en met houten kruisen op hun schouders door de stad lopen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde Veurne een sleutelrol. Omdat het net achter het onderwater gezette IJzerfront lag, bleef de stad onbezet. Koning Albert I vestigde er tijdelijk zijn militair hoofdkwartier in het stadhuis.
Veurne is een paradijs voor fijnproevers. Lokale specialiteiten zijn onder andere Veurnse kletskoppen (flinterdunne, krokante amandelkoekjes), potjesvlees (een frisse, traditionele vleesterrine in gelei) en de zoete babbelutten-snoepjes.
17. IJzermonding
Ter hoogte van Nieuwpoort mondt de IJzer rechtstreeks uit in zee. Waar zout en zoet water elkaar ontmoeten, ontwikkelde zich een bijzondere biotoop met slikken, schorren, duinen, strand en polders. Dankzij een uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden kun je genieten van de natuurpracht van de IJzermonding.
In de slikken en schorren van de IJzermonding krioelt het van leven. Kiezel-, blauw- en groenwieren tieren er weelderig. Deze microscopische plantjes leggen het slik vast en geven zo planten als zeekraal de kans om te groeien. Het onderwaterrijk is een bonte verzameling van schelpen, wormen, slakken, kreeftachtige dieren…
Bij laagtij komen sommige gebieden droog te staan. Daar ontstaan schorren die begroeid zijn met planten zoals kweldergas, zeeweegbree, lamsoor, gewone zoutmelde en strandkweek. De zaden van die planten vormen de gegeerde winterkost voor zangvogels als kneu, frater, strandleeuwerik en sneeuwgors. Ook waddenvogels zoals wulp, bonte strandloper en scholekster komen in de IJzermonding hun uitgebreide dagschotel verorberen.
Naast slikken en schorren is er in de IJzermonding ook plaats voor duinen met een eigen fauna en flora zoals geel walstro, blauwe bremraap en tapuit.
Niet zo lang geleden bedreigden verzanding, vervuiling en verkaveling de zeldzame natuur van de IJzermonding. In de jaren negentig konden allerlei natuurherstelcampagnes het tij keren. Zo startte Natuurpunt in 1993 met Plan Zeehond. Kort daarna erkende de Vlaamse overheid dit gebied als natuurreservaat. Ze stippelde concrete maatregelen uit om de kwetsbare en bedreigde natuur te herstellen. Ook Europa ondernam actie via het LIFE-project Integral Coastal Conservation Initiative.
Door alle krachten te bundelen kon men het natuurherstel in de IJzermonding in verschillende fasen realiseren. Een belangrijke ingreep daarbij was de afbraak van de vervallen maritieme basis en aanwezige loodsen. Dat de zeehond na vele jaren de IJzermonding weer heeft gevonden, is alvast een goed teken. Dit is een Natura 2000-gebied.