Dat wil hoogstwaarschijnlijk zeggen dat de straatkolk verstopt is geraakt. Neem contact op met je rioolbeheerder of Aquaduin en wij komen de straatkolk proper maken. Ligt de kolk op een gewestweg? Dan contacteer je best het Agentschap Wegen en Verkeer.
Ja. Regenwater stroomt via de straatkolken rechtstreeks en ongefilterd terug naar de natuur. Het dumpen van onder andere je huishoudelijk afval is zeer schadelijk voor de natuur. Het vervuild water stroomt via de straatkolk ongefilterd in de natuur via de beken, rivieren en grachten. Daarom is het belangrijk om de straatkolk niet als vuilnisbak te gebruiken.
Een ophoping van afval zorgt ervoor dat het regenwater niet goed meer doorstroomt. Aquaduin zorgt voor een vlotte afvoer door de kolken regelmatig vrij van vuil en afval te maken. Eerst zuigen we de kolk leeg, dan maken we het rooster proper en dan spoelen we de kolk. Als het water dan nog niet vlot wegstroomt, wordt ook de afvoerbuis gespoeld. Maar soms is deze schoonmaakklus niet genoeg of net te laat. Daarom rekenen we ook op jouw bijdrage.
Heel gemakkelijk: enkel regenwater. Groenten- en fruitafval, medisch afval, verf, frituurolie, vet, sigarettenpeuken, schoonmaakproducten, drankblikjes, betonafval, en alle andere soorten afval zien we liever niet terug in een straatkolk, maar in een vuilnisbak.
Straatkolken, beter bekend als putten of afvoerputten, zijn die kleine inhammen op straat, meestal met een metalen rooster. Een straatkolk voert het regenwater van op straat af naar de rioleringen en zorgt ervoor dat regenwater geen wateroverlast veroorzaakt op straat. Dat water stroomt ongefilterd via beken en grachten terug de natuur in.
Bpost wordt geïnformeerd over de geplande werken. Met de verantwoordelijken van de huisvuilophaaldiensten maken we goede afspraken. Wanneer de rioleringswerken bezig zijn, kan de vuilkar niet in de straat. De aannemer voorziet dan inzamelpunten op het dichtstbijzijnde kruispunt dat wel voor de huisvuilophaler bereikbaar is.
Waar mogelijk voeren we de werken uit in meerdere fases. De straten worden deel per deel opengebroken én aansluitend afgewerkt met een voorlopige verharding (bv. een extra laag steenslag). Soms voorzien we een tijdelijke overbrugging. Zo zorgen we ervoor dat je straat op zijn minst gedeeltelijk bereikbaar blijft. Om de werken kwaliteitsvol uit te voeren, heeft de aannemer soms wat meer tijd nodig. Hij wacht dan op de juiste machines of op de levering van materiaal.
Het bestek, waarin de werken volledig worden beschreven, verplicht de aannemer om te zorgen dat elke woning toegankelijk blijft voor voetgangers - zeker wanneer hij vlak voor de deur werkt. Meer concreet: de aannemer moet hoogteverschillen uitvlakken (bv. met een extra lading zand) of een tijdelijke overbrugging voorzien. Op sommige momenten kan je een tijdje niet met de auto tot voor je deur. Bv. wanneer de sleuf voor de rioolbuizen voor de woning open ligt, wanneer de aannemer de boordstenen plaatst of het asfalt aanbrengt, of wanneer de betonverharding moet uitharden. De aannemer informeert je vooraf.
In samenwerking met het gemeentebestuur en Aquaduin plant de politie tijdens de werken de nodige omleidingen voor het verkeer. Hierbij besteden we speciale aandacht aan de bereikbaarheid van handelszaken. Ook voorzien we veilige toegangswegen voor fietsers en voetgangers. De omleidingen worden tijdens het verloop van de werken waar nodig aangepast. De aannemer is op elk moment verantwoordelijk voor het correct aanbrengen van een duidelijke verkeerssignalisatie.
Aquafin stelt als bouwheer een bestek op met een precieze omschrijving van de werken. Het bestek beschrijft alle maatregelen die de hinder voor de omwonenden en de weggebruikers zoveel mogelijk moeten beperken. De fasering van de werken gebeurt in overleg met het gemeentebestuur. Voor elke fase van de werken wordt een omleidingsplan opgemaakt. De aannemer is verantwoordelijk voor het aanbrengen en onderhouden van een duidelijke signalisatie. Daarnaast houden we zoveel mogelijk rekening met omwonenden en handelszaken maar ook met plaatselijke evenementen als wielerwedstrijden, jaarlijkse kermissen , ...
Je laat de aannemer ten laatste één week vooraf weten wanneer de verhuiswagen komt of wanneer je bijvoorbeeld een belangrijke levering verwacht. De aannemer kan hier dan in de mate van het mogelijke rekening mee houden in zijn weekplanning.
Aquaduin zet sterk in op maatregelen die grondwaterproblemen en trillingen tijdens de werken zo veel mogelijk voorkomen. Zo laat Aquaduin vóór de werken de stabiliteit van de ondergrond en het peil van het grondwater onderzoeken. Op basis van de onderzoeksresultaten kiezen we de meest geschikte techniek.
De gedragscode tussen Aquaduin, de aannemers en hun vertegenwoordigers vermeldt uitdrukkelijk dat de aannemer zijn materieel moet aanpassen aan de lokale omgeving en de omvang van de opdracht. De aandacht gaat hierbij naar de grootte van het materiaal, het voorkomen van geluidshinder en trillingen, de wendbaarheid van de machines en mogelijke risico’s voor de eigendommen door het oppompen van grondwater.
Na rioleringswerken is het mogelijk dat het grondwaterpeil stijgt.
Dit komt omdat oude rioolbuizen vaak in slechte staat verkeren en tal van lekken vertonen. Door deze openingen sijpelt grondwater binnen. De lekke rioolbuis werkt als een drainage. Ze voert grondwater af.
Hierdoor daalt het grondwaterpeil tot onder het niveau van de kelder. Alle kelders zijn droog, ook de kelders die niet voldoende waterdicht zijn. Zo krijgen eigenaars met een onvoldoende waterdichte kelder soms het idee dat hun kelder waterdicht is. Echter, er waren geen vochtproblemen omdat het grondwater nooit tot kelderniveau kwam.
Als in de straat een nieuwe riool wordt aangelegd, dan voert die alleen afvalwater af. Het grondwater blijft ter plaatse en het grondwaterpeil keert terug naar zijn oorspronkelijk niveau. Komt het oorspronkelijke grondwaterpeil boven het kelderniveau en is de kelder onvoldoende waterdicht, dan zal er grondwater langs de vloer of de muren binnensijpelen.
Daarom: controleer voor de rioleringswerken in de straat de waterdichtheid van je kelder. Is deze onvoldoende waterdicht? Laat dan je kelder preventief waterdicht maken. Je kan ook kiezen voor een pomp die het binnen sijpelende grondwater wegpompt.
TIP: elektrische toestellen die in de kelder staan, zet je sowieso best op hoogte.
Neen. Wanneer de aannemer specifieke werken uitvoert, is het mogelijk dat je tijdelijk niet met de auto tot aan de garage kunt.
Bijvoorbeeld wanneer:
Hou er rekening mee dat beton moet uitharden. Hoe lang je niet op de oprit kan, hangt af van de tijd die het beton nodig heeft om uit te harden.
De aannemer verwittigt je vooraf wanneer je niet op de oprit kan.
Aquaduin stelt voor aanvang van de werken geen plaatsbeschrijvingen op. Evenmin ondertekenen we plaatsbeschrijvingen die werden opgesteld in opdracht van derden. Een plaatsbeschrijving voorkomt immers geen schade en heeft geen enkel beschermend karakter tegen het ontstaan van schade. Het is bovendien een momentopname en geeft slechts een beperkte beschrijving van de toestand van een pand. Een plaatsbeschrijving kan een handig hulpmiddel zijn om schade vast te stellen, maar kan ook voor discussie zorgen als ze onvolledig is. Het bestaan van een plaatsbeschrijving geeft bovendien geen garantie op een schadevergoeding. Daarom zet Aquafin sterk in op beschermende maatregelen die schade aan woningen zoveel als mogelijk moeten voorkomen. Wat als er toch schade is? Dan meld je het schadegeval schriftelijk aan Aquaduin, via info@aquaduin.be Aquaduin geeft op zijn beurt het schadegeval aan bij zijn ABR (Alle Bouwplaatsrisico's)-verzekeraar en/of makelaar. Hij zal vervolgens een expert aanstellen. Deze expert zal tijdens een tegensprekelijke expertise vaststellen:
Als je dit wenst, dan kun je je hierbij laten bijstaan door een expert van je eigen verzekering.
Bij het begin van de rioleringswerken krijg je concrete informatie over het traject, de timing en de fasering van de werken, de hinder die je mag verwachten, ... Meestal nodigen we vooraf uit op een infomoment. Onze collega's leggen het hoe en waarom van de werken uit en beantwoorden al je vragen. Deel je bekommernissen over bijvoorbeeld de hinder met ons. Zo kunnen we er in de mate van het mogelijke rekening mee houden.
Eens we in de uitvoeringsfase zitten, is een grondige wijziging van de plannen niet meer mogelijk. In de ontwerpfase bestudeerde Aquaduin verschillende trajecten die technisch en economisch haalbaar waren. Voor elk mogelijk traject onderzochten we bovendien de impact op het milieu en de mogelijke hinder voor bewoners, instellingen, bedrijven, handelszaken en dienstverlening. Hierover voerden we intensief overleg met verschillende administraties, adviesstructuren en het gemeentebestuur.
Bij de keuze van het tracé houdt Aquaduin rekening met maatschappelijke, economische en ecologische factoren. Een gekozen tracé lijkt soms niet evident, bijvoorbeeld omdat het werd gekozen om waardevol natuurgebied te sparen.
De werftoezichter is tijdens de uitvoering van de werken het eerste aanspreekpunt voor de omwonenden. De toezichter is dikwijls aanwezig op de werf of te vinden in de werfkeet. De werftoezichter ziet toe op de naleving van de gedragscode tussen Aquafin en de aannemer. Hierbij staat een goede verstandhouding met de buurt centraal.
Omwonenden en handelaars kunnen zich laten vertegenwoordigen door één contactpersoon, die als spreekbuis optreedt voor de hele buurt. Wekelijks houden alle technische partners (Aquaduin, studiebureau, aannemer, gemeente, ...) een werfvergadering. Voor of na deze vergadering kan tijd worden vrijgemaakt om met de vertegenwoordiger klachten, eventuele schadegevallen en de planning van de werken te bespreken. Zo wordt veel wrevel voorkomen en worden kleine problemen ter plaatse opgelost.
Als tijdens de werken het werkschema wordt gewijzigd (bv. stilleggen van de werken door het slechte weer of voor de veiligheid, onderbreken van stroom, water, …), dan brengen Aquafin of de aannemer de omwonenden hiervan op de hoogte.
De betonfundering moet eerst uitharden. Beton bereikt zijn definitieve sterkte pas na maximum 28 dagen. We tellen 1 week voor de aanleg, en dus nog maximum 3 weken om het beton verder te laten rusten. Als die tijd niet wordt gerespecteerd, gaat het beton barsten en gaan er zich na enkele weken of maanden verzakkingen voordoen.
Koude heeft een negatief effect op de kwaliteit van het asfalt. Afhankelijk van het soort asfalt, moet de temperatuur hoger liggen dan 5°C of zelfs 10°C. Anders gaat het asfalt te snel uitharden en wordt het korrelig. Zo kunnen er putten in de weg ontstaan.
Asfalt is een film die op de weg wordt gelegd. Als het regent, koelt die film aan de buitenkant te sterk af, waardoor er onvoldoende binding is met de ondergrond.
Beton leggen gaat moeilijk bij temperaturen van minder dan 5°C. In beton zit water. Als dat bevriest, verbreekt het de betonstructuur. De aannemer mag wel beton leggen als hij speciale maatregelen neemt, die goedgekeurd zijn door de leidend ingenieur van het studiebureau.
De werken gebeuren in verschillende fases. Eerst wordt de riolering gelegd, dan de asfaltonderlaag. Met de toplaag wordt vaak gewacht tot alle andere werken uitgevoerd zijn, om geen naden in het wegdek te hebben.
Aquaduin is verantwoordelijk voor de uitbouw van het gemeentelijk rioleringsnet en moet toezien op de aansluiting van de huizen op de riolering. Vaak zal het gemeentebestuur van de gelegenheid gebruik maken om tegelijkertijd verfraaiingswerken uit te voeren: een nieuw wegdek, een veilig fietspad of de aanleg van groenperken. De tijdelijke ongemakken maken plaats voor een blijvende meerwaarde voor de buurt, waar wonen en werken een stuk aangenamer wordt.
In het bestek wordt de uitvoering van de werken gedetailleerd beschreven. Ook legt het bestek de aannemer een strikt tijdschema op. De duur van de werken wordt uitgedrukt in werkdagen. Weekends en werkonderbrekingen door slecht weer zijn niet inbegrepen.
Soms kunnen we niet werken door onverwachte omstandigheden zoals vrieskou, aanhoudende regen, een hoge grondwaterstand of slechte ondergrond. We passen onze planning dan aan. Aquaduin of de aannemer brengt je hiervan zo snel mogelijk op de hoogte.
Voorkom latere opbraakwerken op privaat domein en leg het regen- en het afvalwater via 2 afzonderlijke leidingen aan tot aan de rooilijn.
Om latere opbraakwerken op privaat domein te voorkomen leg je best het regen- en het afvalwater via 2 afzonderlijke leidingen aan tot aan de rooilijn (= 'ontkoppelen'). Regenwater (RWA) via een grijze buis en afvalwater (DWA) via een roodbruine buis.
Wanneer de aansluiting op de riolering lager ligt dan het openbaar saneringsnetwerk bestaat er risico op terugstroming uit het openbaar saneringsnetwerk. Neem in dit geval dus nodige voorzorgsmaatregelen = plaatsing van een pomp of van een terugslagklep met de nodige berging voor het stockeren van de vuilvracht gedurende de periode dat de gravitaire afwatering naar het rioolstelsel niet wordt verzekerd. Een gravitaire leiding voert het water op natuurlijke wijze af van hoog naar laag. Deze beveiligingsmaatregelen maken deel uit van de privéwaterafvoer.
Gravitaire kelderaansluitingen worden niet toegestaan.
Een privéwaterafvoer mag enkel door de rioolbeheerder aangesloten worden op het rioleringsnet. De eigenaar kan wel toelating vragen om zelf aan te sluiten op de wachtaansluitputjes indien deze voorzien zijn.
De maximale diepte voor een rioolaansluiting bedraagt 100 cm ten opzichte van het maaiveld. Wanneer u dieper wil aansluiten contacteert u best vooraf Aquaduin. Zowel de diepte als plaats van de aansluiting wordt bepaald door Aquaduin.
Bij de aanvraag om een rioolaansluiting aan te vragen, vragen we een inplantingsplan op van je woning/pand. Dat is een plan waarop de ligging van de woning ten opzichte van de omgeving duidelijk is aangegeven.
De rioolwaterzuiveringsinstallaties van Aquafin bootsen het zuiveringsproces na dat spontaan in de natuur gebeurt. Om het afvalwater goed te kunnen behandelen, mag het water dat je naar de riolering laat weglopen enkel volgende restanten bevatten:
De scheiding van afval- en regenwater betekent dat alles wat in de regenwaterbuis terecht komt, rechtstreeks naar de natuur gaat. Ook bijvoorbeeld het wegdek of het voetpad zijn aangesloten op dit stelsel. Daarom vermijd je bij het poetsen van de stoep best het gebruik van schoonmaakmiddelen en mag je geen afvalstoffen in de straatkolken gieten. Gebruik voor het schoonmaken van de wagen best milieuvriendelijke, fosfaatvrije producten.
Het is belangrijk dat je weet waar de verstopping zich bevindt. Dat kan je doen door een eenvoudige test: giet een emmer water in het toezichtputje op je afvoer.
Bevindt de verstopping zich op je privé-installatie?
Dan zal het water weglopen naar de openbare riolering. Contacteer een loodgieter om je binneninstallatie na te kijken.
Denk je dat de verstopping het gevolg is van problemen op openbaar terrein?
Blijft het water staan in het putje? Neem contact op met Aquaduin, zodat je vermoeden tegensprekelijk kan vastgesteld worden. Aquaduin zal het nodige doen om dit op te lossen en de oorzaak achterhalen. Indien de oorzaak toch bij de gebruiken van de woning ligt (beton, vochtige doeken, graafschade), zullen de kosten doorgerekend worden aan de veroorzaker.
Opgelet voor onbetrouwbare praktijken
Wees waakzaam voor malafide personen die woekertarieven aanrekenen en je vertellen dat je die wel kan recupereren. Verklaringen door de loodgieter dat de problemen het gevolg zijn van problemen aan de openbare riolering hebben geen enkele waarde als wij als rioolbeheerder zelf geen vaststellingen hebben kunnen doen.
Graag een seintje naar Aquaduin via mail of telefoon.
Indien nog niet alle minimale voorzieningen aanwezig zijn en de woning is nog onbewoond, dan verlengen we de keuringstermijn met 2 jaar.
Dit is niet verplicht. De verkoper kan via de woningpas wel informatie delen met de koper bij de verkoop van een woning.
Ja, dat is mogelijk, op voorwaarde dat de installatie volledig is afgewerkt en de centrale beveiliging aanwezig is.
Wanneer is de keuring van mijn binneninstallatie verplicht?
Een keuring is verplicht bij eerste ingebruikname of bij belangrijke wijzigingen, zoals:
Wijzigingen aan de installatie:
Wijzigingen aan de woning of installatie:
Overgang naar individuele tellers:
Andere gevallen:
Een waterinstallatie is het geheel van leidingen, toestellen en aansluitingen dat water aan- of afvoert binnen een woning of gebouw. Elke waterinstallatie moet verplicht gekeurd worden, ongeacht het type.
Er bestaan verschillende soorten waterinstallaties, elk met hun eigen toepassingen en waterbronnen:
1. Binneninstallatie
Een binneninstallatie wordt gebruikt voor toepassingen waarbij water van drinkwaterkwaliteit noodzakelijk is. Denk hierbij aan drinken, het bereiden van eten, afwassen, douchen en handen wassen. Deze installatie is aangesloten op het openbaar waternet, waardoor de kwaliteit van het water gegarandeerd is.
2. Niet-aangesloten binneninstallatie
Net als bij de gewone binneninstallatie is het doel hier om water te voorzien van drinkwaterkwaliteit, bijvoorbeeld om te drinken, te koken, af te wassen, te douchen of de handen te wassen. Het verschil zit in de oorsprong van het water: deze installatie is niet aangesloten op het openbaar net, maar maakt gebruik van een eigen waterbron, meestal grondwater.
3. Installatie voor tweedecircuitwater
Deze installatie is bedoeld voor toepassingen waarbij geen drinkwaterkwaliteit vereist is. Voorbeelden hiervan zijn het doorspoelen van het toilet, het schoonmaken van oppervlakken, het besproeien van de tuin of het gebruik van de wasmachine. Het water komt uit een eigen voorziening, zoals opgevangen regenwater, grondwater of gezuiverd afvalwater.
Eentapskeuring
Deze keuring geldt voor een installatie met slechts één tappunt, bedoeld om tijdens de bouwfase werfwater te kunnen gebruiken. Deze tijdelijke installatie mag maximaal 2 jaar in gebruik zijn. Na de volledige afwerking van de installatie moet je een basiskeuring aanvragen vóór ingebruikname.
Basiskeuring
Dit is de standaard en meest voorkomende keuring. Hierbij wordt gecontroleerd of de volledige sanitaire installatie voldoet aan de regels uit het Technisch Reglement water bestemd voor menselijke aanwending (AquaFlanders) en de technische voorschriften van Belgaqua.
Specifieke keuring
Bij deze keuring wordt slechts een deel van de installatie gecontroleerd, bijvoorbeeld de badkamer, keuken, een zwembad… Deze keuring vindt steeds plaats voorafgaand aan de basiskeuring, en moet opnieuw gebeuren op het moment van de basiskeuring.
Herkeuring
Wanneer tijdens een keuring blijkt dat de installatie niet conform is, moet een herkeuring worden uitgevoerd nadat de nodige aanpassingen zijn gedaan.
Tijdens de keuring wordt nagegaan of jouw waterinstallatie voldoet aan:
Als een IBA ondergedimensioneerd is zal het effluent niet de gewenste zuivering halen. Daarom is het belangrijk dat de IBA correct gedimensioneerd is.
De dimensionering gebeurt op basis van het aantal inwonersequivalenten, oftewel IE.
HIerbij enkele richtlijnen:
Het is aangeraden een IBA te plaatsen voor minimum 4 IE en per slaapkamer verder te rekenen.
Bijvoorbeeld: Tot 2 slaapkamers: 4IE, 3 slaapkamers: 5IE, 4 slaapkamers: 6IE.
Voor andere gebouwen kan de tabel die gehanteerd wordt voor voorbehandelingsinstallatie als richtlijn dienen om het aantal IE te bepalen.
De verwachte levensduur van een BENOR-installatie kan 40 jaar bedragen op voorwaarde dat de installatie correct is geplaatst en dat alle onderdelen en componenten waarvan de verwachte levensduur minder dan 40 jaar bedraagt, vervangbaar zijn (eventueel via het mangat). Onderdelen die geen levensduur van 40 jaar hebben zijn onder meer:
Indien uw pand gelegen is in individueel te optimaliseren buitengebied, betekent dit dat u zelf instaat voor de zuivering van het afvalwater. Dit door middel van een IBA. Een IBA kan in eigen beheer of collectief beheer. Doe navraag bij uw rioolbeheerder of zij dit aanbieden.
U kan dit opzoeken op het zoneringsplan (onderaan adres ingeven, rood = individueel te optimaliseren buitengebied). Indien uw pand niet ingedeeld is in een zone, neem dan contact op met uw rioolbeheerder.
In centraal gebied/geoptimaliseerd buitengebied, waar reeds riolering aanwezig is die aangesloten is op een RWZI (Aquafin), is het verboden om een IBA te behouden/plaatsen. Uitzondering: indien lozingspunt groter is dan 250 meter of als je over perceel van derden moet. Doe hiervoor navraag bij de rioolbeheerder.
In collectief te optimaliseren buitengebied, waar er nog riolering aangelegd dient te worden en aangesloten op een RWZI, wordt een IBA toegestaan. Opgelet want bij aanleg van riolering is er aansluitplicht en dient de IBA kortgesloten te worden.
De systemen voor de individuele behandeling van afvalwater bestaan in allerlei vormen en materialen, maar de werkingsprincipes zijn steeds dezelfde. Er vinden fysische processen plaats zoals bezinking en filtratie; er vinden chemische processen plaats zoals fosfaatbinding en er vinden biologische processen plaats. De IBA-systemen zijn zo geconstrueerd dat de verschillende processen optimaal kunnen verlopen. De biologische processen zijn dezelfde als deze die in de vrije natuur voorkomen. In deze processen gebruiken kleine levende organismen de stoffen uit het afvalwater voor hun eigen levensprocessen. Door omstandigheden te creëren waarin de organismen worden gestimuleerd, kan het zuiveringsrendement van de IBA worden opgevoerd tot boven de 90%.
De meeste mechanische systemen onderscheiden drie trappen in het zuiveringsproces:
Percolatiesystemen werken met een dragermateriaal waarop bacteriën groeien en waarover het water door middel van een pomp éénmaal wordt verspreid.
Het jaarlijks energieverbruik is afhankelijk van het systeem en bedraagt voor:
Een extra pompput voor het influent of het effluent verbruikt 20 kWh per jaar.
De nieuwe gewestelijke subsidieregeling bepaalt dat enkel gemeentebesturen en intercommunale rioolbeheerders een subsidie kunnen krijgen indien zij zelf de aankoop en de exploitatie voor hun rekening nemen. Deze is vastgelegd op 1.750 euro voor een niet prioritaire IBA en 3.500 euro voor een prioritaire IBA.
Dit betekent dat IBA’s aangekocht en geëxploiteerd door particulieren niet meer subsidieerbaar zijn. Wel kan er eventueel nog een gemeentelijke subsidie worden gegeven. Gemeentebesturen die de aanleg en de exploitatie van IBA’s in eigen beheer of door een intercommunale uitvoeren geven geen subsidie.
In de methodologie verstaat men onder een IBA een zuivering voor één woning. In een aantal gevallen kunnen een aantal woningen, die moeten worden uitgerust met een IBA, wel vlakbij elkaar liggen. Dit gebeurt in overleg met de rioolbeheerder.
In deze gevallen kan dan gekozen worden voor een gezamenlijke IBA voor een aantal woningen. Er is sprake van een IBA voor systemen die het afvalwater van minder dan 20 inwoners zuiveren. Rekening houdend met een gemiddelde van 2,5 inwoners/woning, komt dit neer op een 8-tal woningen.
Systemen vanaf een capaciteit van 20IE (inwonersequivalenten) worden gecatalogeerd onder een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie (KWZI) en behoren tot de collectieve zuivering. Deze laatste worden niet als een afzonderlijke groep weergegeven op het zoneringsplan.
De totale afkoppeling van niet vervuild hemelwater, zoals van daken, opritten en terrassen, is van het grootste belang voor de goede werking van de installatie. Hemelwater zorgt immers niet alleen voor een te sterke verdunning van het afvalwater maar veroorzaakt slibuitspoeling bij zware regenval.
Het afkoppelen vergt soms een uitgebreid uitzoeken van de volledige huisriolering. In moeilijke situaties zal men met een tuinslang water laten lopen in de dakgoten, klokputjes en de aflopen die vanuit de keuken, badkamer, wc enz. vertrekken. Het verdient aanbeveling de bestaande toestand in kaart te brengen als aanvulling bij het opmaken van het as-built dossier.
Afkoppeling van hemelwater en afvalwater, en hergebruik van hemelwater is bovendien ook opgenomen in de milieuwetgeving: VLAREM (artikel 6.2.2.1.2.4). Er dient voorkeur gegeven te worden aan volgende afvoerwijzen (vermeld in afnemende graad van prioriteit):
Er mag dus geen regenwater op de IBA zitten, tenzij voor de afkoppeling van bestaande gebouwen afkoppeling niet mogelijk is omdat er nieuwe leidingen onder of door het gebouw aangelegd dienen te worden.
IBA’s die geen reliëfwijziging veroorzaken zijn niet vergunningsplichtig.
Als er wel een reliëfwijziging wordt gemaakt (zoals men soms doet voor percolatierietvelden) is een bouwvergunning niet nodig als men aan de voorwaarden voldoet:
het terrein ligt niet in ruimtelijk kwetsbaar, erosiegevoelig of overstromingsgevoelig gebied
Dit is voor de meeste installaties niet strikt noodzakelijk (wel voor percolatierietvelden en cocosbiobedden). Toch is het raadzaam om er een te plaatsen omwille van de uitbreiding van de slibstockage en om mogelijke toxische lozingen te verdunnen.
Daar zowel het zwart water (toiletten) als het grijs water (keuken, badkamer, klokputjes enz.) samen naar de septische put of de IBA afvoeren en bijgevolg alle afvalwaterstromen aan elkaar verbonden zijn, is het aangeraden op de afvoerleidingen van grijs water een sifonputje te plaatsen.
De gebruiker koopt best biologisch afbreekbare huishoudelijke reinigingsmiddelen.
Kleine hoeveelheden onschadelijke huishoudelijke niet of slecht biologisch afbreekbare producten mogen wel in de installatie geloosd worden zoals detergenten voor de afwas, waspoeder voor de wasmachine en de vaatwasser, kleine hoeveelheden sanitaire reiniger, wasverzachter, ontkalker, waterverzachter, agressieve reinigingsproducten (bv. voor frituurpan),…
Volgende producten hebben een negatieve invloed op de zuiveringsprestaties en mogen niet geloosd worden in een IBA:
regenwater, bleekwater, agressieve ontstoppers, verf en spoelwater van verf, white spirit, thinner, motorolie, producten voor ontwikkeling van foto’s, niet afbreekbare hygiënische doekjes, desinfecterende middelen (bv. Dettol), tampons, maandverband, condooms, luiers, zuren, geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen (bv. pesticide), karton, plastiek, … alle niet afbreekbare stoffen, overvloedig veel haren van mens en dier, etensresten, plantaardige of dierlijke oliën of vetten van frituurpan, inhoud van chemische wc, giftige producten.
Indien de IBA aangekocht, geplaatst en geëxploiteerd wordt door de burger, kan deze een vrijstelling aanvragen voor de bovengemeentelijke saneringsbijdrage. In sommige gemeenten kan er ook een vrijstelling aangevraagd worden voor de gemeentelijke saneringsbijdrage.
IBA’s aangekocht, geplaatst en geëxploiteerd door de gemeente of door intercommunale rioolbeheerders worden vrijgesteld van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage, maar de gemeente zal in dat geval dan wel de gemeentelijke saneringsbijdrage aanrekenen. Wanneer de gemeente of rioolbeheerder dus instaat voor de plaatsing en het onderhoud van de IBA kan maximaal evenveel gevraagd worden als het maximum dat de burgers die aangesloten zijn op de riolering betalen.
Als u in een individueel te optimaliseren buitengebied woont, waar u zelf dient in te staan voor de zuivering van uw afvalwater, dient u op termijn een IBA te plaatsen. Hiervoor werden prioriteiten vastgelegd in de GUPs (gebiedsdekkende uitvoeringsplannen). De gemeente/rioolbeheerder informeert u hierover.
De kaderrichtlijn Water bepaalt dat tegen uiterlijk 2027 alle oppervlaktewateren over een goede ecologische kwaliteit dienen te beschikken. Men gaat er vanuit dat de sanering van de huishoudelijke afvalwaters één van de vereisten is om deze goede ecologische kwaliteit te bereiken.
Prioritaire IBA’s kan u ook raadplegen via het zoneringsplan (GUP: prioritaire IBA’s aanvinken, zie legende).
Het effluent is geregeld in Vlarem II art. 6.9.2. Het effluent mag aangesloten worden op oppervlaktewater of een infiltratievoorziening.
Het effluent van de IBA mag niet hergebruikt worden om bv. de tuin te besproeien of bovengrondse opslag.
Eventueel is een terugslagklep in de effluentleiding nodig om terugvoer van oppervlaktewater (bij hoge waterstanden) te voorkomen.
Lozing in een baangracht impliceert zeer vaak het gebruik van een pompput omdat de effluentleiding meestal te diep zit.
Afhankelijk van de terreinkenmerken en de wensen van de eigenaar/gebruiker wordt de inplantingsplaats bepaald. De inplanting van de IBA zal in voorkomend geval tevens bepalend zijn voor de inplanting van de septische put, de besturingskast, de pompput, het infiltratiesysteem,….
Het is belangrijk bij de keuze van de inplantingsplaats rekening te houden met volgende aspecten:
Omdat installaties met Benor attest onderworpen zijn geweest aan verschillende proeven met betrekking tot de waterdichtheid en de stabiliteit van de installatie enerzijds en de zuiveringsefficiëntie anderzijds. Het Benor attest is bijgevolg een garantie dat de installatie de Vlarem-normen heeft gehaald tijdens de testprocedure van 38 weken.
De testen hebben vooral betrekking op de zuiveringsefficiëntie bij een normale belastingstest (100% belasting) met wekelijks een badwatertest. Daarnaast zijn er verschillende periodieke testen zoals 24-uurs stroomstoring, lage belastingstest (50 % van de normale belasting), hoge belastingstest (150% van de normale belasting), vakantiestresstest (geen belasting).
Let wel: Het Benor-attest is geen garantie voor de goede werking van de IBA bij de burger. Vele andere factoren spelen hierin eveneens een rol, zoals de correcte plaatsing en vooral het goed onderhoud van de installatie en het correct gebruik.
Dit zijn IBA’s die Aquaduin heeft geplaatst en die wij ook onderhouden.
We plaatsen deze installaties op vraag van de klant, voor elke individuele woning apart. Het gaat dus niet om een project waarbij bijvoorbeeld de hele straat van een IBA wordt voorzien. Aquaduin zal hier de gemeentelijke saneringbijdrage gebruiken om de IBA te onderhouden.
De kostprijs van een IBA wordt bepaald door de aankoopkost, de plaatsingskost, de jaarlijkse exploitatiekost en de saneringskost op het einde van de levenscyclus.
Aangezien het slib naar een erkend slibverwerkingsbedrijf moet afgevoerd worden, kan de prijs voor particulieren oplopen tot 200 euro per ruiming. Voor collectieve ruimingen van het primair slib (in de septische put/voorbezinker of de voorbezinkkamer van de IBA) door gemeentebesturen of intercommunale rioolbeheerders kan de kostprijs per ruiming gehalveerd worden.
De ruimingsfrequentie is afhankelijk van de vuilvracht, het type installatie en de aanwezigheid van een septische put of afzonderlijke voorbezinker. Gemiddeld zal men om de 2,5 jaar moeten ruimen bij installaties zonder septische put of afzonderlijke voorbezinker en om de 5 jaar wanneer een septische put of voorbezinker van min. 3.000 liter aanwezig is.
Er geldt aansluitplicht. Een IBA dient kortgesloten te worden, tenzij het onder een van de uitzonderingen van Vlarem II valt (afstand tot riolering > 250m of over perceel van derden moeten om aan te sluiten).
Het effluent van de IBA is reeds gezuiverd en kan niet aangesloten worden op de riolering.
Het effluent van de IBA (of andere zuiveringstoestellen voor tweedecircuitwater) kan wel hergebruikt worden als grijswatercircuit, bv. voor spoeling van toilet.
De meeste mechanische IBA’s kunnen technisch aangepast en eventueel uitgebreid worden op voorwaarde dat de bekuiping in goede staat is en de aanpassingskost lager is dan de totale vernieuwing van de installatie.
De verwerkingskost van mechanische systemen (betonnen of kunststof bekuipingen) beperkt zich tot EUR 100 à 150. Bij kokosbiobedden van 6 IE kan na 15 jaar gebruik een additionele kost van +/- 450 EUR (exclusief BTW en transport ) bijkomen voor verwerking van het kokosmateriaal (in een verbrandingsoven). Voor een percolatierietveld van 6 IE kan na 20 jaar een additionele kostprijs bijkomen voor het verwijderen van het filtermateriaal. Deze kost is afhankelijk van de eventuele aanwezigheid van schadelijke stoffen en dient aangetoond te worden door middel van een staalanalyse.
De algemene voorwaarden voor de lozing van huishoudelijk afvalwater gelegen in het individueel te optimaliseren buitengebied zijn terug te vinden onder artikel 6.2.2.4.1. van VLAREM II. Om deze normen te halen is een IBA noodzakelijk. De belangrijkste normen voor Vlaanderen zijn:
De technieken die het meest worden toegepast bij IBA’s kan men onderverdelen in compacte of mechanische systemen en extensieve systemen.
Bij de compacte systemen onderscheidt men:
De extensieve systemen zijn meestal percolatiefilters.
Het zuiveringsproces kan in een of meerdere trappen verlopen, waarbij verschillende technieken gecombineerd kunnen worden.
Meer info over IBA’s vindt u ook in de waterwegwijzer bouwen en verbouwen (p.62 e.v.)
Het wordt aangeraden om een Benor/Vlaminor gekeurde IBA te plaatsen.
De lijst van gecertificeerde IBA’s is terug te vinden op de website van Certipro
De problemen kunnen heel verschillend van aard zijn, waarvan hieronder enkele voorbeelden:
Het kan soms moeilijk te achterhalen zijn wat de precieze oorzaak van de storing is en het kan lang duren voordat het biologische zuiveringsproces weer in evenwicht is. Extreme kou en extreme warmte kunnen invloed hebben op de systemen, de afstelling kan dan wijziging behoeven.
Mogelijks voorkomende fouten kunnen verder zijn:
De Vlarem-wetgeving voorziet dat de burger verantwoordelijk is voor de zuivering van zijn afvalwater indien de woning op het zoneringsplan gelegen is in het individueel te optimaliseren buitengebied.
Woningen die niet voorkomen op het zoneringsplan worden ook automatisch toegekend aan het individueel te optimaliseren buitengebied. Dit betekent dat in dat geval de financiering van de aankoop, de plaatsing en het onderhoud van de IBA ten laste is van de burger.
Verschillende gemeenten en intercommunale rioolbeheerders zijn er echter van overtuigd dat die verantwoordelijkheid niet bij de burger mag liggen en nemen zelf het initiatief om de IBA’s te plaatsen en te beheren. Informeer bij uw rioolbeheerder of zij een ‘collectieve IBA’ aanbieden.
De aanleg en de exploitatie door de overheid van IBA’s op particulier domein vergt echter goede afspraken.
In principe kan de gemeente of de rioolbeheerder een controle uitvoeren op de kwaliteit van het geloosde afvalwater. Particulieren die hun IBA zelf beheren, kunnen om de vijf jaar een attest aan de gemeente vragen om een vrijstelling te krijgen van de bovengemeentelijke en eventueel van de gemeentelijke saneringsbijdrage. Op dat moment kan de gemeente een controle uitvoeren van de installatie.
IBA’s die door de gemeente of een intercommunale worden beheerd, zullen door deze instanties ook regelmatig worden gecontroleerd, doch wettelijk blijft de verantwoordelijkheid voor wat het naleven van de lozingsnormen bij de burger.
Dit betreft niet de afvoer van REGENwater waardoor deze aangesloten dient te worden op DWA. Gezien de beperkte verontreinigingsgraad wordt dergelijk afvalwater gedoogd op RWA.
De aansluiting van C.V. dient aangesloten te worden op DWA (zuur water) en mag niet op RWA aangesloten worden.
Afvalwater wordt in Vlarem gedefinieerd als verontreinigd water waarvan men zich ontdoet, zich moet ontdoen of de intentie heeft zich van te ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater.
Algemene richtlijn:
• Indien de grondslag afwatert naar het afwateringspunt → RWA (Infiltratie > afvoer RWA)
• Indien de grondslag afwatert weg van afwateringspunt → DWA
Ga na wat de hoofdfunctie van deze afvoer is en wat het meest hierin terecht zal komen. Rekening
houdend met 800 tot 1200 liter regenwater/m² > paar emmers poetswater.
Richtlijn: indien een afvoer voorzien is onder een overdekt terras (voor afvoer poetswater, en geen
hemelwater via helling niet-overdekte oppervlakte) dient deze aangesloten te worden op DWA.
Richtlijn: bij gemengd gebruik poetswater en afvoer terras dient de afvoer aangesloten te worden op
RWA (infiltratie > afvoer RWA).
Een dakterras kan beschouwd worden als een terras op het gelijkvloers. Het niet verontreinigde hemelwater afkomstig van het dakterras moet dus ook afgekoppeld worden. Je sluit dit deel van het hemelwater echter best niet aan op de hemelwaterput, aangezien een dakterras op geregelde basis schoongemaakt wordt. In vele gevallen is de vervuiling zo beperkt door de hoeveelheid hemelwater dat je kan uitgaan van het zelfreinigende vermogen van het milieu waarin het terecht komt.
Met reinigings- en onderhoudsmiddelen, pesticiden, e.d. moet je heel omzichtig omspringen, zeker als die met het hemelwater afgevoerd worden of op een individuele zuiveringsinstallatie terechtkomen. Je gebruikt beter biologisch afbreekbare producten.
Men spreekt pas van verontreinigd regenwater bij ingedeelde inrichtingen zoals bv. tankstations, carwash, … (zie VLAREM I voor ingedeelde inrichtingen). Hiervoor is vaak een milieuvergunning van toepassing waarin opgenomen is wat met deze afvalwaterstromen dient te gebeuren.
Meer informatie over aansluitingen RWA/DWA met fotovoorbeelden vindt u in het overzichtsdocument voor ontwerpers.
Gesloten bebouwing met doorrit naar achter wordt beschouwd als open/halfopen bebouwing met oprit. Ook naar achter afwaterende daken e.d. dienen bijgevolg afgekoppeld te worden omdat je niet moet breken onder of door de woning om deze afkoppeling te verwezenlijken.
Indien de doorgang voor- en achteraan dicht is met volledig gesloten poorten (geen hekken), zodat we niet meer spreken over een doorgang, dan kan dit worden aanzien als ‘onderdeel van het gebouw’ en geldt de uitzondering op afkoppelen. Desalniettemin is het toch aangeraden om na te gaan of afkoppelen mogelijk is.
Voor nieuwbouw kan u het overzichtsdocument voor ontwerpers raadplegen alsook de Waterwegwijzer bouwen en verbouwen van VMM.
Overzichtsdocument ontwerpers
Waterwegwijzer
Voor bestaande panden die afgekoppeld worden kan u het Vademecum praktisch afkoppelen van hemelwater raadplegen.
In Vlaanderen is het verplicht om iedere woning aan te sluiten op de openbare riolering, als die aanwezig is. De kosten voor deze aansluiting zijn meestal ten laste van de huiseigenaar. In principe moeten alle woningen en gebouwen hun afvalwaterleiding aansluiten op de straatriool.
Rioolaansluitingen moeten gebeuren volgens technische voorschriften (bv. waterdichtheid, diameter en ligging van de buizen) van Aquaduin.
Uw septische put hoeft niet buiten dienst gesteld te worden en mag blijven. Controleer wel of deze nog altijd waterdicht is zodat er geen afvalwater in de bodem infiltreer.
Als Aquaduin een gescheiden stelsel voorzien om afval- en regenwater apart af te voeren, dan ben je wettelijk verplicht jouw afvalwater onverdund te lozen. Dit doe je door het regenwater af te koppelen. Wat je met het regenwater moet doen, wordt ook bepaald door de wetgeving.
Het is goedkoper de afkoppelingswerken uit te voeren wanneer de stoep openligt en de aannemer nog aan het werk is. De aansluiting van het afvalwater gebeurt in regel door de aannemer van de werken.
Als hergebruik of infiltratie van het regenwater niet mogelijk is, dan kan je aansluiten op het regenwaterstelsel in de straat. Dat herken je aan het ronde putdeksel met opschrift RWA (regenweerafvoerleiding). Putdeksels met het opschrift DWA (droogweerafvoerleiding) dienen voor de afvoer van afvalwater.
Sinds juli 2011 wordt een keuring van het private rioleringsstelsel opgelegd voor elke woning die langs een traject ligt waar de afkoppeling van regenwater verplicht is. Je dient een conform keuringsattest voor te leggen wanneer jouw drinkwatermaatschappij hierom vraagt.
Sommige regenwaterputfilters hebben een aparte afvoer. Aangezien het hier nog steeds gaat om de afvoer van regenwater dient deze aangesloten te worden op RWA (niet op afvalwater).
Drainagewater is RWA en mag niet aangesloten worden op de DWA (afvalwaterleiding). Dit water wordt best aangesloten na de hemelwaterput (niet erop) of rechtstreeks op een infiltratievoorziening en pas in laatste instantie rechtstreeks op het RWA huisaansluitputje/gracht.
Bij de aanleg of heraanleg van rioleringen wordt in de meeste gevallen een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Het afvalwater en regenwater worden vanaf dan afzonderlijk afgevoerd. Het afvalwater vertrekt richting rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) waar het wordt gezuiverd. Het regenwater kan je hergebruiken, wordt ter plaatse geïnfiltreerd of naar grachten en waterlopen afgevoerd.
Het scheiden van regen- en afvalwater beperkt zich niet tot het openbare gedeelte. Ook het regenwater en afvalwater van je woning moet gescheiden worden zodra er een gescheiden stelsel in je straat wordt aangelegd. Dit betekent dat je tot aan de rooilijn aparte leidingen moet voorzien voor rioolwater en regenwater.
Particulieren die bouwen of grondig verbouwen zijn verplicht om regen- en afvalwater te scheiden.
Afkoppelen is een wettelijke verplichting. De Europese regelgeving legt een goede kwaliteit van de waterlopen op. Voor Vlaanderen werd deze regelgeving vertaald in de Vlaamse milieuwetgeving (Vlarem II). Onder Vlarem II wordt gestreefd naar het maximaal aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel bij de aanleg of heraanleg van rioleringen. De wet verplicht daarbij ook het scheiden van regenwater en afvalwater op privaat domein. Niet afkoppelen is een inbreuk op deze wetgeving en wordt door dienst milieuhandhaving opgevolgd, eventueel met gasboetes.
Bij gescheiden stelsels, die voorzien zijn om afval- en regenwater afzonderlijk af te voeren, worden kleine afvalwaterleidingen gebruikt. Deze nieuwe afvalwaterleidingen zijn gemaakt om enkel afvalwater te verwerken. Dit betekent dat ze er niet op voorzien zijn om ook nog regenwater af te voeren. Als je niet afkoppelt (= scheiden van regenwater en afvalwater), vergroot de kans op overstromingen, geurhinder en wateroverlast, zelfs tot in je woning of die van de buren.
Dit zijn afkortingen die gebruikt worden voor het afvalwater- en regenwaterstelsel. Regenwater en afvalwater dienen namelijk van elkaar gescheiden te zijn. RWA staat voor regenwaterafvoer en DWA voor droogweerafvoer. Het is ook het opschrift dat je terug vindt op uw huisaansluitputjes om correct aan te sluiten.
Voor afvalwater is er altijd aansluitplicht als er riolering in de straat ligt, regenwater kan op eigen perceel infiltreren.
Alles wat van regenwater, drainagewater en grondwater afgevoerd wordt dient aangesloten te worden op het RWA-circuit. Voor de afvoer van regenwater dient de ladder van Lansink gevolgd te worden: eerst hergebruiken, dan infiltreren, of bufferen met vertraagde lozing en pas in laatste instantie afvoer naar het openbaar domein.
Op het rioleringsplan hebben de DWA-leidingen vaak een rode kleur en de RWA-leidingen een blauwe kleur. Het is aangeraden om de kleurcode toe te passen bij aanleg: grijze buizen voor RWA en roodbruine buizen voor DWA.
In het overzichtsdocument voor ontwerpers vindt u de correcte aansluitingen op RWA/DWA.
Al het regenwater afkomstig van dakoppervlakken en andere verharde oppervlakken moet afgekoppeld worden.
De werken zijn ten laste van de eigenaar van het perceel. Laat je de afkoppelingswerken gelijk uitvoeren met de werken op openbaar domein, dan komen bepaalde gemeenten tussen in de kosten.